Theorievakken

Alle graden in de opleiding muziek hebben hun eigen theorievakken. Sommige zijn verplichte onderdelen van de opleiding, andere zijn optioneel (zie ook leertraject)

De opleiding begint in de lagere graad met de verplichte cursus algemene muzikale vorming (AMV), waar je noten leert lezen en de muziektaal begrijpen. Voor jongeren duurt dit vak 4 jaar, voor volwassenen 3 jaar.

In de middelbare graad volgt iedereen algemene muziekcultuur (AMC). In dit vak maak je al luisterend kennis met een brede waaier aan muziekstijlen, -vormen en -genres. Het vak AMC voor de volwassenen wordt gegeven in graadklassen waarin leerlingen van M1, M2 en M3 samen zitten. Over drie jaar verspreid komt telkens een deel van de muziekgeschiedenis aan bod: muziek tot 1750, 1750 tot 1900, 1900 tot heden.

Vanaf de middelbare graad kan je ook algemene muziektheorie (AMT) volgen. Hier leer je de logica en regels van akkoordopeenvolgingen (harmonieleer), bestudeer je deze in composities van de grootmeesters, en leer je in oefeningen zelf akkoorden te schrijven bij een gegeven baslijn of melodie. In de hogere graad kan je de richting verderzetten met het vak muziektheorie (MT), waar je je muziektheoretische kennis verder uitbreidt en je kan wagen aan eigen composities.

In de hogere graad kan je tenslotte ook het keuzevak muziekgeschiedenis (MG) volgen. Deze cursus geeft inzicht in de historische ontwikkeling van de verschillende muzikale stromingen in samenhang tot het sociale, politieke en culturele klimaat. De cursus biedt een houvast bij de beluistering en interpretatie van het klassieke repertoire. Het vak muziekgeschiedenis wordt gegeven in graadklassen waarin leerlingen van H1, H2 en H3 samen zitten. Over drie jaar verspreid komt telkens een deel van de muziekgeschiedenis aan bod: muziek tot 1750, 1750 tot 1900, 1900 tot heden.

© Copyright 2016 • SLAC/Conservatorium Website ontworpen en ontwikkeld door MINSKY